De boomkweker heeft als doel om gezonde bomen te kweken, want mensen willen graag een boom kopen die het langer dan een week doet. En als de vraag groot is voor een bepaald type boom, is het natuurlijk prettig wanneer je snel een groot aantal kunt leveren. Doorgaans is de natuurlijke weg om nieuwe bomen te maken veel te traag voor boomkwekers, dus hebben ze in de loop van de eeuwen diverse kunstmatige vermeerdertechnieken uitgeprobeerd. Een van de meest succesvolle manier om snel nieuwe bomen te maken, is door deze te stekken.
Een stekje is vaak niet veel anders dan een afgeknipt takje van een bestaande boom. Letterlijk een kloon van de oorspronkelijke boom. Maar waar het ons niet lukt om onszelf te klonen door onze pink af te knippen en in de grond te stoppen, lukt dat bij de meeste bomen wel. Voor sommige soorten volstaat het om simpelweg het afgeknipte takje in de grond te steken en de rest gebeurt vanzelf. In de natuur zie je dat volop en wij noemen dat doorgaans onkruid.
De werkelijke kunst ligt natuurlijk in het stekken van bomen waarbij het veel moeilijker is om de stek te laten uitgroeien tot een volwaardige boom. De meest ideale combinatie ligt wel in het stekken van bomen die en moeilijk te stekken zijn, maar waarvan de vraag groot is en het aanbod beperkt. Hoewel het boomkwekersbloed niet in mijn aderen stroomt ben ik er wel trots op dat mijn familie generaties lang erin slaagde om de meest onmogelijke boomsoorten te stekken en tot een gezonde productie hebben weten op te voeren.
Een oude wijsheid in mijn familie is dat wanneer 1 op de 10.000 stekjes het redt, het dus in principe mogelijk is om de boom te stekken. De kunst is om te achterhalen welke omstandigheden aan- of afwezig daartoe bijdragen. Wanneer je eenmaal de formule te pakken had, was het een kwestie van uitrollen. Zo lukte het mijn opa om toentertijd een boom te stekken waarvan het volgens de boeken onmogelijk was. En in een herziene druk werd zelfs opgenomen dat het onmogelijk was, behalve dat mijn opa Reinier Brand het wel kon.
Maar terug naar kunstmest. Een van de voor de hand liggende manieren om de omstandigheden te verbeteren, is door de grond te verrijken met voedingsstoffen. Mijn vader kocht bijvoorbeeld potgrond waarin al kunstmest van een bepaald type was voorvermengd, waardoor het stekken net zo eenvoudig werd als stekken in gewone grond. Maar ondanks de verrijking van de grond, redde ongeveer de helft van de stekjes het niet.
Dus een van de taken die ik had als ik weer eens in de kwekerij meehielp, was om de dode stekjes te verwijderen. En op een dag was ik daarmee al een paar uur bezig, toen mijn vader me terugfloot en zei dat ik nog veel dode stekjes was vergeten. "Huh", dacht ik. Ik zag een veld waarin geen bruine stekjes meer stonden, maar alleen groene. En in mijn beleving was een groen stekje een levend stekje.
Mijn vader legde uit dat sommige groene stekjes er levend uitzagen, maar in wezen dood of zo goed als dood waren. Hij pakte er een uit en zei: "Kijk deze is in wezen dood, maar weet het zelf nog niet". Aan de onderkant zat een klein bobbeltje dat aan de stam was vastgekleefd. Een stukje kunstmest. Vervolgens pakte hij een ander stekje waar duidelijk een klein wortelgestel gevormd was. "Kijk, deze gaat het redden", zei hij.
Maar wat mij verwonderde, was dat hij dat al wist voordat hij het stekje uit de grond trok. Het is namelijk niet zo productief om stekjes een voor een uit de grond te trekken om te kijken of ze wortels hebben. Dat kost niet alleen veel tijd, maar daarmee had je ook het doodvonnis over het stekje uitgesproken. Het verschil was te zien dat een stekje dat aan een korrel kunstmest zoog, wel groen was maar niet was gegroeid. Een gezond stekje daarentegen vertoonde nieuw schot dat er ook iets lichter groen toonde. Met die kennis op zak was het ook voor deze niet-boomkweker in hart en nieren een peulenschil om opnieuw dode van levende stekjes te onderscheiden.
Voor wie nog niet de metafoor met ondernemingen en ZZP-ers ziet, zal ik 'em toch uitspellen. De kunstmest is de metafoor voor of financiering van een bank of die ene grote klant waar je die grote opdracht hebt gekregen. In hoeverre heeft een forse financiering of die klant ervoor gezorgd dat je prima in staat was om de korrel op te zuigen om vervolgens geen wortels te ontwikkelen? Juist in deze tijd van (de bijna afgelopen) recessie, heb je de mogelijkheid om een stevig wortelgestel te bouwen. Er zijn zoveel ZZP-ers die nu ontdekken (of hebben ontdekt) dat ze eigenlijk geen echt goed ontwikkeld wortelgestel hebben. De vraag is, welke omstandigheden gaan jou helpen om daadwerkelijk een stevig bedrijfsfundament te bouwen?

RSS

Reacties